Main menu:
UIT HET OUDE ARCHIEF
Op een winterse avond in het voorjaar van 1953 zaten enkele stamgasten in café De Papegaai om de tafel gezellig te borrelen en te praten.
Iemand, wie weet niemand meer, maakte de opmerking : "Dinsdag is het vastenavond, doen we dan nog
wat ? Een ander zei: "We moesten eigenlijk naar het Zuiden kunnen gaan; daar is het Karnaval.
"Wat let ons, zei de kastelein, om hier ook karnaval te vieren, ze hebben daar het alleen-recht niet,"
Het idee was geboren; na wat heen en weer gepraat, werd besloten een eigen club op te richten en een op de tafel staande fles Zeiler Schwartze Katz met een daaraan hangend katje verschafte ons de naam.
" DE ZWARTE KATERS "
De eerste karnavalsavond was direct een geweldig succes, en de rekening loog er niet om: o.a. 24 gebakjes van 22 cent en 50 broodjes van 3 cent voor de fourage.
De avond was zo gezellig dat er al spoedig meer liefhebbers voor kwamen en na een oprichtingsvergadering op 14 Maart werd officieel gestart met 24 leden, die een heel kwartje contributie per week betaalden.
Het eerste bestuur bestond uit P.Goossen als voorzitter,
C.Copier als secretaris en P.Vroon als penningmeester.
De eerste prins werd P.Vroon en hij koos zich de naam Felix
de Eerste, (Denk aan het bekende KATTENbrood),
Het tweede jaar met nog steeds dezelfde prins werd het geen
driedaags karnaval maar we waren wel 6 weken achter elkaar
gek.
De tweede prins ( in ons derde jaar) werd Co Copier en hij zou het als zeer gewichtig persoon drie jaar lang moeten vol-houden. De toen al geformeerde Raad van Ellef denkt nog met respect aan Zijne. Dorstlustige Hoogheid, ze moesten hem namelijk ronddragen.
Ondertussen hadden via Toon van Rijn als prins ( een vriend van de zaak) de Utrechtse Muilezels de weg naar de Katerburcht gevonden.
Hun officieele bezoek is na een plechtige belofte van "Natte Willem", de grote promotor van het Utrechtse Karnaval, een traditie geworden.
Willem van Ijlierop staat bij ons zo hoog in de papieren dat wij hem al jaren geleden tot Ereprins van De Zwarte Katers hebben benoemd, een titel die hij als topkarnavals-figuur ten volle verdient.
Onze vereniging groeide al snel tot 50 a 60 leden en het begon te knellen in de beperkte ruimte van de Katerburcht, Na veel gepraat, veel wikken en wegen werd besloten het karnavalsfeest te verplaatsen naar het parochiehuis in de Kanaalstraat. Een orkest was gauw gevonden in de Domstad-kapel, die in karnavalstijd de naam kreeg van "De Donder-bussen onder leiding van Kobus Prei. Het bleek een goede gok geweest te zijn. De vereniging groeide naar 80 leden; de ene feestavond werden er twee plus de nodige gezellige avonden in de Katerburcht,
De contributie was ondertussen gegroeid naar 75 cent, want zaalhuur en orkest plus niet te vergeten de belastingen slokten zoveel geld op dat we niet meer rond konden komen.
Ons eerste lustrum in 1963 werd een daverend festijn. Een vrouwencomite had zich wekenlang beijverd om dit feest extra luister bij te zetten. Een geldkist met een grote inhoud, een bloemenhulde en extra dure onderscheidingen maakten van voorzitter Piet Vroon iemand die met een brok in zijn keel woorden van dank stond te stamelen, hoe welbespraakt hij anders ook was,
In deze tijd ontstond ook het contact met Den Haag. Via een feestlustige vertegenwoordiger besloot men in Den Haag ook een karnavalsvereniging op te richten naar ons patroon. Deze vereniging kreeg de naam "De Mopshappers", De Katers vierden dit feit met een bustocht naar Den Haag; het aanbieden van een Prinsenzetel en een massaal verbroederingsfeest, In de straat waar de feestgelegenheid gevestigd was, bleek ook nog een, ander feestterrein te zijn. Vriendelijk lachende vrouwtjes met rood verlichte ramen probeerden wuivend katertjes te verschalken. Het pleit tenzeerste voor de Katers, dat zij meer heil zagen in een borreltje en een dansje dan in de gehuurde liefde.
In de feestzaal was een champagne- en wijnbar, waarachter een Blonde zus met verse "halve kadetjes". Een Kater bleef gebio-logeerd de hele avond naar de kadetten staren; was niet van zijn plaats te krijgen en zuchtte dagen later nog: "Man wat een wijf was dat!" We zijn er wel achter gekomen dat het "kijkgeld" aardig in de papieren is gelopen.
Uit die tijd dateert ook ons eerste bezoek aan het tehuis voor Ouden van dagen aan de Slotemaker de Bruïnelaan; een jaarlijks terugkerend festijn met muziek, dans en traktatie voor de oudjes op karnavalszondag, In één dag brengen de Katers de benodigde gelden bijeen om al die mensen (+- 140] sigaren en bonbons te geven,
We brachten ook eens een bezoek aan huize "De Ooievaar",waar een oud-page van een van onze prinsen precies in karnavals-tijd het leven schonk aan 'een welgeschapen dochter. Deze kans was te mooi. De hele hofhouding was 's middags present om moeder en kind te onderscheiden met deze prestatie en alle op de zaal aanwezige jonge moeders ontvingen een prachtige fruitschaal. Het was een nooit vertoond evenement in dit Utrechts kraamcentrum.
Hadden we ook nog de tocht naar distilleerderij "De Papegaai" in Delft, waar we vorstelijk ontvangen werden aan royaal gedekte tafels na een rondleiding door het bedrijf. Het was daarna geen overbodige weelde dat er een uitgebreide koffietafel kwam halverwege de reis van Delft naar Den Haag. Het mag wel vermeld,dat de Mopshappers een groot deel van de kosten voor hun rekening namen en ons 's avonds nog vergastten op een feestavond in hun stad.
Toen kwam het eerste contact met Wageningen; ook al via een vertegenwoordiger, de Heer Kluts, die aan het karnaval zijn kluts kwijt is geraakt. Een daar opgerichte vereniging "De Pretkeujes" nodigde ons al ras uit om bij hen de gek uit te komen hangen, hetgeen men een Kater beslist geen twee keer hoeft te zeggen, Het is voor hem als de melk voor zijn kleiner naamgenoot. Het daverde in Wageningen en als we goed zijn ingelicht rommelt het nog steeds na. Natuurlijk kwam Wageningen naar Utrecht en het is nog altijd een van onze mooiste avonden geweest. De Pretkeu werd door ons gestolen en natuurlijk verdween ondanks alle bewaking onze kat naar Wageningen. Op een latere feestavond werden de beesten weer plechtig uitgewisseld. De keu had ondertussen gezinsvermeerdering gekregen van een royaal aantal jonge zwarte katjes. Een uni-biologisch gebeuren,
In de loop van de jaren hebben we ook nog twee keer een voet-balwedstrijd gespeeld. De eerste tegen "De Muilezels" op het veld aan de Talmalaan, Na de aftrap door Natte Willem wonnen we de wedstrijd met 3-1, onder geween en tandengeknars van de Ezels, Bij elk doelpunt renden twee mannen met een krat bier het veld op om de spelers weer nieuwe moed te geven. Onze me-dische verzorger spalkte deskundig het zogenaamd gebroken been van de aanvalsleider van de Muilezels en goot hem en passant zoveel versterkende cognac in de gretige keel dat hij voor de rest van de wedstrijd een beetje moeilijkheden had. Momenteel werkt hij in andermans mond want hij vestigde zich later als tandarts in onze stad. Zou het de smaak van de cognac nog zijn? We wonnen de bel en lieten er met spoed In graveren: "Wie zal de Katers de bel aanbinden". Na afloop werd het tot diep in de nacht een geweldig feest in de Katerburcht, waar de Muilezels hun verdriet verdronken in vele emmers bier. Het is jammer dat ze ons later nooit voor een revanche uitgenodigd hebben.
De tweede voetbalwedstrijd was twee jaar geleden tegen de Utrechtse Lolbroeken (H.M.S,). De aftrap werd verricht door Anton Geesink die tevoren door onze voorzitter werd geridderd. De onderscheiding hing aan een extra lang lint gezien Antons postuur. Weer wonnen de. Katers en het feest daarna in de Katerburcht waarbij nu de hele straat afgezet was, duurde tot in de nacht. De Lolbroeken die ook de helft zouden betalen hebben nooit aan hun verplichting voldaan. Het blijken dus meer Schreeuwbroeken te zijn, maar dan met weinig wol. Zulke ervaringen doet men dus ook op
Dit was zo maar een greep uit vele belangrijke gebeurtenissen Het belangrijkste voor ons is dat we een bloeiende vereniging hebben. Het ledental is gestaag gestegen tot ruim boven de 100, Willen we meer doen dat zal dit moeten blijven stijgen. Met een royalere kas kunnen we steeds meer doen voor de leden. Karnaval 1969 is ons tweede lustrum en dan volgt de grote klap op de vuurpijl het elfjarig bestaan.
Er zijn vele plannen. Of ze allemaal werkelijkheid zullen worden? We hopen het wel, maar je weet het natuurlijk nooit zeker. De medewerking en het medeleven van de leden zal hiervoor beslissend zijn, Voorlopig gaan we eerst hartstochtelijk feest vieren zoals wij Katers dat gewend zijn.
SALUUT EN HEIL
!! miauw